Home News Forum Kijk/Luister Samplesets Vergelijk Benodigdheden Foto's Links Downloads Over ons

 

 

Inhoud






Eerste Vorige 1686 Volgende Laatste
Google

1686/1720 Bosch/ F.C. Schnitger Organ, Grote of Sint Nicolaas Kerk, Vollenhove/Overijssel, Nederland





  Organ Art Media
Site van Organ Art over deze sampleset

Historisch Dutch baroque
48 kHz, 24-bit, stereo, multiple release samples
16-bit (standaard instellingen): 2300 MB RAM
27/2+P (registers / manualen)
Licentie: Niet toegestaan om in kerk te gebruiken, voor het publiceren van opnames is toestemming nodig.
Released in: 01-2007

Grote of St. Nicolaaskerk, Vollenhove
Duitse review op Orgelbits
Artikeltje in Het Orgel

Op PCorgan forum: 1686/1720 Bosch/Schnitger, Vollenhove...
Op Hauptwerk forum: Pre-order for the 1686/1720 Bosch...
Op Hauptwerk forum: Received Bosch-Schnitger...
Op Hauptwerk forum: New edition of the Bosch-Schnitger
Op Hauptwerk forum: V2.2 Update Bosch-Schnitger organ
Op Hauptwerk forum: Multi-Audio Channels for Bosch...
Op Hauptwerk forum: Videos of Vollenhove

Mp3 voorbeelden anderen:
- Organ Art Media.
- Contrebombarde.com
 



Impressie van Gert:
Begin 2007 was dit orgel een doorbraak in de kwaliteit van samplesets, mede door de 'multiple release samples'.
Ik vermoed dat deze sampleset in Nederland een van de meest verkochte is.
De eerste indruk is goed: Deze sampleset wordt geleverd in een goed verzorgde DVD-box met een keurig informatief boekje.
De tweede indruk is ook goed: Na een eenvoudige installatie verschijnt een mooie lay-out in een frisse rode kleur (net als op het echte orgel), dat geeft gelijk al een 'vrolijke' uitstraling. Ik vind de bedieningsschermen een goede combinatie van 'realistisch' (o.a. prachtige '3D' registertrekkers, met zelfs kloppende schaduw!) en 'praktisch' (o.a. goed leesbare labels en handig 'control scherm').
De derde indruk was iets minder: Als eerste probeer ik vrijwel altijd de Prestant 8', in dit geval vond ik die een beetje 'dof' (donker, zonder veel boventonen) en nogal ruisend. De Prestant is 'zuidelijk soft' en zit al in het orgel sinds 1686. Met hoofdtelefoon vind ik hem wel beter klinken.
De vierde indruk was weer goed: Na een week spelen vind ik het een heel plezierig en bruikbaar orgel, een genot om dit warme instrument te bespelen. Blijkbaar moest de liefde groeien.
Het echte orgel ziet er prachtig uit qua vormgeving, beeldhouwwerk en kleuren. De hoofdwerkkas schijnt veel overtollige ruimte te bevatten. De kerk heeft een mooie akoestiek, in de sampleset komt dat goed terug. OrganArt heeft de galmafhandeling goed onder de knie, ook bij sneller spel en grotere registraties blijft de nagalm prima. De registers 'mengen' goed, veel registers uittrekken is geen probleem, het volle werk klinkt mooi krachtig en helder. Veel Nederlandse organisten spelen voornamelijk koraalbewerkingen van psalmen en gezangen, dat gaat prima op deze sampleset, hoewel het natuurlijk een echt barok orgel is. Er zijn heel veel mogelijkheden voor een prachtige uitkomende stem, bijvoorbeeld: Cornet, Trompet, Sesquialter, Dulciaan, Holpijp+Nasard, Vox Humana, enz. Op beide klavieren is bovendien een (milde) tremulant aanwezig. Het Rugpositief is nogal 'lichtvoetig', ik vind het jammer dat het naast de Dulciaan alleen maar een Holpijp als 8-voet register heeft. Als begeleiding bij de mooie krachtige Cornet is dat wat mager. Van mij hadden ze het Rugwerk wel wat hoger mogen maken (nu passen er alleen 4-voeten in en een gedekte Holpijp) zodat er ook een Prestant8 in past. In Hasselt zit wel een Prestant8 op het rugwerk, maar deze is alleen discant en daarom is de grootste pijp net zo hoog als een octaaf 2 voet (bedankt Lub voor deze info!).
De meeste orgels hebben een koppel vanaf Rugwerk naar Hoofdwerk, hier is het andersom. Bijkomend voordeel: Mensen die de slechte gewoonte hebben om die koppel altijd aan te hebben staan, kunnen dat nu afleren...
Deskundigen hebben liever een 16-voet variant van de Bourdon op het Hoofdwerk, ik geef de voorkeur aan de Bourdon8. Heel prettig dat je in het 'control scherm' voor dit register zelf kunt kiezen tussen 8-voet of 16-voet. Ook handig is de keuzemogelijkheid om 'Bas/Discant' registers te 'koppelen' of te 'ontkoppelen'. In deze sampleset is er echt oog voor detail, alle mogelijke geluiden zijn opgenomen, zoals: traktuurgeluiden, uitrekken van registers, windmotor en zelfs de tremulantmotor. Via menu 'Organ/Show Organ information' zie je nuttige informatie en foto's over het orgel.
De sampleset heeft een 'virtuele extensie' van Roerfluit8 en VoxHumana8, deze zijn afkomstig van het orgel van Duurswoude. De extended versie vergroot de omvang van klavier naar d3 (pedaal tot f1), waarom niet naar f3? Voor pure barokmuziek is de d3 geen probleem, maar er is ook genoeg muziek wat je prima op dit orgel kwijt kan, waarbij het irritant is dat je soms een paar tonen mist. Bovendien jammer dat de extended versie geen knopjes op de lay-out heeft voor combinatie-registers. In Hauptwerk 4 is dit geen probleem meer, dan kun je onafhankelijk van de sampleset combinatieregister knopjes definieren.
De geheugen vereisten zijn niet heel hoog, het is te laden in 2300 MB RAM (met 16-bit).
Deze sampleset komt met hoofdtelefoon het beste tot zijn recht.
Ondanks dat het een set is uit 2007 kan het nog goed meedoen in de categorie 'praktisch orgel met mooie nagalm'.

Gert, 2011

Hieronder een aantal Mp3 voorbeelden van Organ Art, veel meer is te beluisteren op: Organ Art: Demos Vollenhove.
 Gespeeld door Anton Doornhein: Klaas Bolt - Improvisation on "Here kere van ons af"
  uit "Valerius Nederlantsche gedenck-clanck" (1626) (transcription by Anton Doornhein, not published)


Leo Terlouw maakt opnames van Bach werken via Hauptwerk samplesets (Bach opnames van Leo Terlouw).
Leo Terlouw:
Voor deze aflevering is gekozen voor de sampleset Vollenhove. Alle vijf samplesets die ik tot nu toe gebruikt heb zijn geschikt om een (groot) deel van het orgelwerk van J.S. Bach ten gehore te brengen maar geen is geschikt om alle werken optimaal te laten klinken. Per set nu de sterke en zwakke(re) kanten:
  • 2007, Mocnik, Velesovo
    • plus: alle registers aanwezig om het complete werk van J.S. Bach te laten klinken
    • min/plus: de 16’ en 32’ labialen zijn veel te sterk; in Hauptwerk advanced kun je de geluidssterkte gelukkig bijregelen waardoor dit probleem opgelost kan worden
    • min: minder fraaie (lees: ronduit lelijke) tremulanten
  • 1831, Batz/Witte, Utrecht
    • plus: prachtige solostemmen en zeer fraaie tremulanten
    • min: teveel nagalm waardoor (snelle) passages in het groot octaaf zeer onduidelijk klinken
  • 1973, Marcussen, Rotterdam
    • plus: zeer groot aantal registers waaronder 16’ registers op de manualen en 32’ registers in het pedaal; mede daardoor uitermate geschikt voor de grote orgelwerken
    • min: de solostemmen zijn niet allemaal even kleurrijk
  • 1761, Silbermann, Arlesheim
    • plus: heldere klank en fraaie akoestiek
    • min: geen 16’ tongwerken op de manualen
  • 1686, Bosch/Schnitger, Vollenhove
    • plus: heldere klank en fraaie akoestiek
    • min: geen originele 16’ registers op de manualen
Voor de volgende opnamen wil ik bovenstaande sets gebruiken. In principe heb ik er nu genoeg voor de orgelwerken van J.S. Bach. Als iemand nog een tip heeft welke andere set iets wezenlijks kan toevoegen dan hoor ik het graag.

Sonate 1 in Es BWV 525
  • a) Zonder aanduiding
  • b) Adagio
  • c) Allegro
De zes sonates, ook wel triosonates genoemd, zijn oorspronkelijk bedoeld als studiemateriaal voor zoon Wilhelm Friedemann. Deze stukken worden gerekend tot de moeilijkste orgelwerken. Het klinkend resultaat van deze orgelsonates staat of valt met de wijze waarop ze ingestudeerd worden. Om te beginnen zoek ik een sluitende vinger- en voetzetting uit. Dat wil zeggen dat ik bij elke noot exact weet welke vinger/voet ik gebruik. Verder is het niet in de eerste plaats een kwestie van doen maar van nalaten. Ik streef ernaar alle bewegingen zo klein mogelijk te houden. Dat betekent dat de slag van de vingers precies gelijk moet zijn aan die van de toets. Alle vingers, ook die je niet gebruikt, blijven dus in contact met de toetsen. Verder is het belangrijk dat ook alle zijwaartse bewegingen zo klein mogelijk zijn. En last but not least probeer ik alle spierspanning te minimaliseren: als je een toets ingedrukt hebt moet je er precies zoveel kracht op uitoefenen dat die net niet omhoog komt totdat je loslaat. Verder is de moeilijkheid sterk afhankelijk van het tempo. De langzame middendelen zijn een stuk eenvoudiger dan de snelle hoekdelen. Ook het orgel waarop je speelt doet er veel toe. Het ideale orgel om een Sonate technisch goed te kunnen spelen heeft een geringe toetsdiepte en speelt licht. De toetsen liggen allen op gelijke hoogte en hebben dezelfde weerstand. Voor deze keer heb ik in het kort mijn gedachten over de speeltechnische moeilijkheid met u willen delen. Bij de toelichting van een volgende Sonate wil ik een ander aspect belichten.

Dies sind die heilgen zehn Gebot BWV 298, 625, 678 en 679
Na de vierstemmige koraalzetting volgen drie bewerkingen. De eerste (BWV 625) komt uit het „Orgelbüchlein“. Deze bewerking is vierstemmig met de melodie in de sopraan. In de andere stemmen is de eerste regel in kleinere notenwaarden verwerkt. In totaal zelfs vijfentwintig keer. Wellicht heeft J.S. Bach hiermee het inprenten van de Tien Geboden willen uitdrukken. De volgende bewerkingen komen uit “Dritter Teil der Klavierübung”. De eerste daarvan (BWV 678) is vijfstemmig. Met de linkerhand wordt de melodie in canon gespeeld. Deze streng canonische stemvoering symboliseert de noodzaak tot naleven van de door God gegeven Tien Geboden. De laatste bewerking (BWV 679) is van een totaal ander karakter. In “Die Orgelwerke Bachs” van Hermann Keller wordt het karakter van dit stuk aangeduid als “den Freudentanz des neuen Menschen”. Een vreugdedans van de nieuwgeboren mens die niets liever wil dan naar al Gods geboden leven. Opvallend is dat het thema precies tien keer voorkomt.

Toccata, Adagio en fuga in C BWV 564
Dit grote driedelige orgelwerk behoort tot één van de meest indrukwekkende orgelwerken die ik ken. Eén van mijn docenten op het conservatorium zei van dit soort werken: “Ze worden maar één keer in de tijd geschreven”. De Duitsers kennen het mooie woord “einmalig”. Op 10-jarige leeftijd hoorde ik dit stuk voor het eerst. Thuis hadden we een pick-up met één luidspreker in de afdekplaat. De eerste orgelplaat die ik kreeg was “Berühmte Orgelwerke van J.S. Bach”, gespeeld door Erich Vollenwyder op een orgel in Zürich. Waarschijnlijk heb ik dit stuk toen nog voor geen tiende deel begrepen maar ik was er wel diep van onder de indruk. De Toccata begint met virtuoos éénstemmig passagespel op het manuaal. Daarna volgt een spectaculaire pedaalsolo die tot één van de moeilijkste pedaalpartijen uit het werk van J.S. Bach gerekend wordt. Na de pedaalsolo volgt een bijzonder feestelijk deel waarbij handen en voeten samengaan. In het eerste gedeelte van het Adagio klinkt in de bovenstem een prachtige melodie. In de pedaalpartij heb ik geprobeerd het pizzicato van cello en contrabas te imiteren. Hierna volgt een extreem langzaam gedeelte met dissonante akkoorden. Zeker in de tijd van J.S. Bach moet dit opvallend geweest zijn. Evenals de Toccata heeft ook de Fuga een feestelijk karakter. Opvallend is dat in de laatste maat van het thema de 6/8-maat naar 3/4-maat wijzigt zonder dat dit door een maatteken aangegeven wordt. Dit wordt een hemiool genoemd. In de loop van de Fuga komt deze niet genoteerde maatwisseling nog een aantal keren terug. De Fuga eindigt heel abrupt met een kort akkoord.

Aanvulling registratie:
Toccata:
In de pedaalsolo: -/+Ped-Rw
Maat 31: +Rw-Hw

Adagio:
Maat 23, 3e tel: Ped: -O4

Heeft u vragen, op- en/of aanmeldingen of misschien wel een verzoeknummer mail dan naar leoterlouw@hotmail.com.
Leo Terlouw, September 2013



Voor deze aflevering is voor de tweede keer gekozen voor de sampleset 1686, Bosch/Schnitger, Vollenhove.
De eerste keer (zie hierboven) heb ik niet veel verschillende registraties laten horen. De werken leenden zich daar niet voor. In deze aflevering hoort u naast de Cornet en de Sesquialter ook de twee registers (Roerfluit 8 en Vox Humana 8) van het F.C. Schnitger orgel te Duurswoude, die toegevoegd zijn aan deze set. Verder zijn alle registraties verschillend aan die van de vorige keer.
De registraties vindt u alle in het 'afspeelblokje' behalve die van "Preludium en Fuga in G BWV 541".

Sonate 2 in c - BWV 526
  • a) Vivace
  • b) Largo
  • c) Allegro
Deze Sonate stond al enige tijd op mijn lijstje met verzoeknummers. De Sonates van J.S. Bach worden gezien als zijn moeilijkste orgelwerken. Daar komt nog bij dat de tweede tot de moeilijkste van de Sonates gerekend kan worden. Vroeger op het conservatorium werd de moeilijkheid van deze stukken breed uitgemeten en later in verschillende toelichtingen bij platen en cd’s was dat niet veel anders. Het gevolg kan zijn dat je je dat als speler ook gaat inbeelden en dat is contraproductief. Ik heb opnamen beluisterd waarbij hoorbaar was dat de uitvoerenden (enigszins) met de materie worstelden. Ook - en met name in de laatste jaren - heb ik uitvoeringen gezien en gehoord waarbij de indruk werd gewekt dat spelers het zo maar uit hun mouw schudden. Hoe dan ook, voor mij zijn deze Sonates een extra aansporing om ze zo veel en zo effectief mogelijk te studeren. Telkens als ik moeilijkheden tegenkom probeer ik de oorzaak te achterhalen en op te lossen. J.S. Bach heeft weliswaar de grenzen van de speeltechniek opgezocht maar nergens passages geschreven die onmogelijk te realiseren zijn.

In de registraties van de drie delen is de verbindende factor dat het hoogste register (d.w.z. het register met de laagste voetmaat) op beide manualen tot de Prestantenfamilie behoort. Opvallend in het Vivace zijn de kettingtrillers. Dat zijn trillers die over verschillende lange noten aaneengeregen worden. Het middendeel (Largo) is evenals bij alle andere Triosonates een rustig deel. Het laatste deel heeft veel eigenschappen van een driestemmige Fuga. In maat 59 verschijnt er een nieuw motief met snelle noten die verschillend geïnterpreteerd worden. Sommige organisten spelen wat er staat: twee zestiende noten gevolgd door een achtste. De meesten, voor zover ik weet, spelen op die plaats een triool. Aanvankelijk had ik voor de eerste optie gekozen. Bij het beluisteren ervan dacht mijn vrouw Henny dat ik het ritme verkeerd uitvoerde. Zij had een triool in gedachte. Uiteindelijk heb ik de opname over gedaan en toch ook voor de tweede optie gekozen.

Herr Jesu Christ, dich zu uns wend - BWV 632, 709 en 726
Twee koraalbewerkingen en een koraalzetting over het Pinksterlied "Herr Jesu Christ, dich zu uns wend". De eerste (BWV 632) is een verstilde vierstemmige koraalbewerking uit het "Orgelbüchlein" met de melodie in de bovenstem. In de middenstemmen klinkt steeds weer een motief bestaande uit noten van een gebroken drieklank in zestienden. Wellicht is dit op te vatten als een symbool voor de goddelijke drie-eenheid. We horen in het pedaal een canonische verwerking van (delen van) de melodie. Deze bewerking staat in de toonsoort F, maar voor de gelegenheid heb ik hem een toon hoger getransponeerd zodat deze nu logisch aansluit op de volgende delen.

Daarna volgt een vierstemmige bewerking (BWV 709), ook met de melodie in de sopraan maar nu versierd. Bach heeft hier de oorspronkelijke noten van de melodie als uitgangspunt genomen en daar allerlei versieringen en omspelingen aan toegevoegd.

Tenslotte een koraal met een verrassende opeenvolging van harmonieën. De regels worden gescheiden door vrij - en soms ook virtuoos - passagewerk.

Preludium en Fuga in a - BWV 559
Erhalt uns Herr, bei deinem Wort - BWV 1103
Fuga in c - BWV 575
Over het algemeen kies je registers bij een bepaald stuk. Bij deze drie stukken is dat anders gegaan. Ik heb nu de stukken gekozen om de twee toegevoegde registers van het F.C. Schnitger orgel te Duurswoude te laten horen. De Vox Humana in BWV 559, de Roerfluit 8’ in BWV 1003 en beide registers gecombineerd in BWV 575. Het "Preludium en Fuga in a BWV 559" behoort tot de "Acht kleine Präludien und Fugen". Deze stukken zijn bij velen bekend. Waarschijnlijk zijn ze niet door J.S. Bach gecomponeerd. "Erhalt uns Herr, bei deinem Wort BWV 1103" vind je in de "Neumeister-Sammlung". Daarin staan koraalbewerkingen van de "jonge Bach". Deze koraalbewerking is fugatisch opgebouwd. Het thema is gelijk aan de eerste regel van de "Avondzang" (Gezang 12 achter de Psalmen).
De "Fuga in c BWV 575" kende ik tot voor kort niet. Het is een verrassend stuk, onzeker is of dit werk door J.S. Bach geschreven is.

Der Tag, der ist so freudenreich - BWV 605
Een vierstemmige bewerking uit het "Orgelbüchlein" over een Duits kerstlied met de c.f. in de sopraan. De melodie wordt uitkomend gespeeld. De vreugde wordt uitgebeeld d.m.v. de vele groepjes met tweeëndertigste noten in de bovenstem van de begeleiding in de linkerhand.

Preludium en Fuga in G - BWV 541
Dit werk is één van de feestelijkste orgelwerken van J.S. Bach. In het Preludium is een driekwartsmaat voorgeschreven maar tot en met maat 12 wisselen de drie- en de vierkwartsmaat elkaar geregeld af. Opvallend in het Fugathema zijn de vele repeterende noten. Deze komen niet zomaar uit de lucht vallen, ook in het Preludium zijn ze rijk vertegenwoordigd. Tegen het einde van de Fuga wordt de beweging even stilgezet en klinkt er een dissonant akkoord dat relatief lang aangehouden wordt. Daarna gaat het stuk nog even door en in dit slotdeel wordt het thema tot twee keer toe in canon ten gehore gebracht.

Registratie:
Preludium:
Hw: P8, B8, O4, O2, M, C, T
Rw: H8, P4, O2, M, S
Ped: S16, O8, H8, O4, B16, T8
Koppels: Rw-Hw, Ped-Hw
Fuga:
Hw: -C, -T8
Rw: -S
Ped: -B16
Fuga, maat 71, 4e tel:
Hw: +C, +T8
Rw: +S
Ped: +B16

Leo Terlouw, september 2015








Grotere kaart weergeven

 

Copyright (c) 2008 PCorgan.com. All rights reserved. Mail: info@PCorgan.com