|
 |
|
|
Psalmen |
Hier staat van iedere psalm een bewerking en een koraal. Het is de bedoeling dat er regelmatig nieuwe opnames bijkomen.
Alles heb ik gewoon thuis gespeeld. LET OP, lees eerst dit.
*Veel van het bovenstaande komt uit bladmuziek van : Uitgeverij Cantique.nl.
*De bladmuziek (.pdf) van Jan Mulder is te bestellen op John Miller & Sons publishing.
Zie de Samplesets pagina's voor de details van ieder sampleset.
De keuze voor de bovenstaande psalmbewerkingen hangt van deze dingen af:
- Heb ik de bladmuziek.
- Vind ik het mooi.
- Kan ik het redelijk (hoeft niet perfect te zijn) spelen. Het is altijd verleidelijk om te moeilijke dingen te spelen. Als ik een stuk mooi vind, maar ik maak er teveel fouten in, dan speel ik het niet. Hoewel ik ook weleens de fout in ga en boven m'n nivo zit te prutsen.
Site van Dick Sanderman
Site van Willem van Twillert
Vrij compleet overzicht van bladmuziek met psalmbewerkingen
Kerkorgelspel
Iedere week mag ik onze gemeente een keer begeleiden in de 's Zondagse dienst.
Bij ons zijn de mensen vrij vroeg in de kerk en spelen we voor de dienst een kwartier over een psalm.
Een paar jaar geleden ben ik begonnen met psalm 1, daarna iedere week de volgende.
Het iedere week opvolgend spelen van de psalmen vind ik prettig omdat:
- Het afwisselend is voor de gemeente; Er komt, 3 jaar lang, iedere zondag andere muziek voorbij.
- Zo komen ook de onbekende wijzen aan bod.
- Het gemakkelijk voor mezelf is; Eerst zat ik altijd lang te denken wat ik zou gaan spelen, nu is het min of meer routine.
- Het dwingt mezelf om iedere week te studeren.
Mijn improvisatietalent is niet van een zodanig nivo dat ik daarmee de luisteraars kan boeien,
daarom speel ik vrijwel alleen bewerkingen van anderen of dingen die ik zelf op papier heb gezet.
Om het een beetje afwisselend te houden, speel ik verschillende stijlen, bijvoorbeeld Psalm 42 van Feike Asma (zie hierboven),
maar ook de meer eigentijdse Psalm 46 van Wim van Beek (zie hierboven).
Bovendien probeer ik er met registratie-wisselingen voor te zorgen dat het niet saai wordt.
Ik ga bijvoorbeeld niet 10 minuten achter elkaar vrij hard spelen, dat wordt je namelijk snel zat.
Het komt natuurlijk voor dat ik van een bepaalde (meestal onbekende) psalm niet zoveel bladmuziek heb.
Dit los ik dan bijvoorbeeld zo op:
- Voorspel 1
- Koraal iso-ritmisch
- Voorspel 1 (herhaling zorgt voor symmetrisch geheel)
- Koraalbewerking 1
- Voorspel 2
- Koraal ritmisch
- Voorspel 2 (herhaling zorgt voor symmetrisch geheel)
- Koraalbewerking 2
Ik was op een bijeenkomst over kerkelijk orgelspel in gemeenten van de Hersteld Hervormde Kerk.
Er waren interessante voordrachten van Ds. P.C. Hoek en de enthousiaste organist Wouter Schalkoort.
De dominee en organist gaven o.a. de voorkeur aan 'eenvoudige/begrijpelijke muziek'.
Ik kon me geheel vinden in hun visie, met ingewikkelde muziek speel je al snel over de hoofden van de meeste kerkgangers heen.
Mijn persoonlijke pragmatische visie over kerkelijk orgelspel (in de traditie van de meer behoudende 'hele noten' kerken):
- Geef de voorkeur aan 'begrijpelijke'/'eenvoudige' muziek vanwege:
- De meeste mensen zijn niet zo muzikaal en vinden het bovendien prettig als ze de melodie goed kunnen herkennen.
- Je kunt beter eenvoudige muziek 'goed' (in de maat en zonder fouten) spelen dan moeilijke muziek 'slordig'.
- Speel voor de dienst niet (de hele tijd) te hard en geef de voorkeur aan 'rustige' muziek (als het mogelijk is en past bij psalm/lied).
Ik bedoel dit niet extreem, maar langer dan 5 minuten harde en drukke muziek wordt meestal als 'storend' ervaren.
Zoals boven beschreven, laat ik iedere week de volgende psalm langskomen. Bij psalm 150 e.d. wissel ik drukke en/of harde bewerkingen af met rustige variaties.
- Gebruik niet te lange voorspelen, dat verveeld de luisteraars.
Houd het zeker aan het einde van de dienst kort, de mensen willen dan naar huis.
Bij het eerste zangvers van de dienst (zie onder) en bij de collecte gebruik ik een wat langer voorspel.
- Bij het eerste zangvers van de dienst komt de gemeente, zeker 's morgens, vaak 'moeilijk op gang' daarom:
- Doe het voorspel bij het eerste vers niet te kort.
- Doe dat voorspel niet te zacht maar met forse registratie, dat stimuleert het zingen.
- Zet strak in, blijf niet 'hangen/wachten' bij eerste noot, maar speel door.
- Gebruik niet veel tussenspelen, zeker niet bij opvolgende verzen.
- Een naspel doe ik alleen 'voor de snoepjes', verder niet.
- Bij het zingen na Wet of Geloofsbelijdenis gebruik ik geen voorspel maar 1 of 2 noten vooraf.
- Bij erg onbekende wijzen speel ik nooit een voorspel maar het koraal of deel ervan, dat is dan functioneler dan een voorspel.
- Speel bij onbekende wijzen iets vooruit.
- Speel muziek die bij het orgel (en de ruimte) past. Concreet: Een toccata klinkt thuis (met nagalm van electronisch orgel) en in een kerk met mooie nagalm prima, maar in een kerk zonder nagalm kan het erg 'houterig' gaan klinken.
- Het tempo van het zingen is meer een kwestie van smaak en traditie dan van principe. De organist kan zich het beste aanpassen aan de gemeente.
- Ten slotte: Voor de dienst van God is het beste niet goed genoeg, oefen dus van te voren.
Raak als organist niet gefrustreerd als niet iedereen het mooi vind, er blijven altijd mensen ontevreden omdat:
- Er zijn twee visies op kerkelijk orgelspel:
- Zo sober mogelijk
Dit heeft zijn oorsprong in de reformatie waar in de kerkdienst het Woord (solo scriptura) centraal moet staan en al het overbodige (in Schotland ook de orgels) de kerk uit moest.
- Zo muzikaal mogelijk
De Bijbel schrijft zeer positief over muziek, in zowel O.T. als N.T. wordt er dan ook over verschillende muziekinstrumenten en uitbundige muziek gesproken. In de Bijbel had de muziek ook een belangrijke plaats in de eredienst.
- Veel mensen luisteren cd's met een groot orgel in grote kerk met een goede organist en vergelijken dat met het orgel(spel) in de eigen gemeente.
Dat is geen eerlijke vergelijking, vaak heeft de gemeente een klein orgel in een kleine kerk met eenvoudige organisten.
- Het 'gevoel' (en de smaak) van iedereen is voornamelijk gevormd in zijn/haar jeugd. Ik merk dat hier grote verschillen zitten...
- (Vooral) de jongeren willen sneller zingen en de ouderen langzamer.
Ik probeer in de bovenstaande dingen de 'gulden middenweg' te bewandelen.
Volgens mij moeten we maar accepteren dat deze verschillen er zijn en proberen daarbij een ander niet tot ergernis te zijn (door bijv. expres sneller of langzamer dan de rest te gaan zingen/spelen) en ons ook niet ergeren (is het tegenovergestelde van liefhebben) aan anderen.
Zelf vind ik in dit verband 1Korinthe 12, 13 en 14 heel toepasselijk:
- In 1Korinthe 12 gaat het over de verscheidenheid van gaven binnen een gemeente (muziek kun je ook als gave zien).
- In 1Korinthe 13 staat dat de liefde het belangrijkste is, zonder de liefde is het gebruik van de genoemde gaven zinloos.
- In 1Korinthe 14 staat dat de gave van de talen niet sticht als het niet 'begrijpelijk' is. Voor de muziek geldt dat ook, als de organist geen begrijpelijke muziek speelt, gaat het z'n doel voorbij.
Nogmaals, dit is maar een mening van een eenvoudige amateur.
Bovendien kan 'begrijpelijk/eenvoudig' ook van hoog niveau zijn.
Ook is de praktijk lastiger dan de 'bovenstaande theorie'.
Zelf word ik altijd beperkt door het 1-klaviers orgel, de droge akoestiek van de kerk en het feit dat ik niet goed uit m'n hoofd kan spelen.
Een interessant en meer professioneel artikel van Sietze de Vries: Gemeentezang begeleiding (5-7-2008) (meer gericht op ritmisch zingende gemeente).
|
|
|
Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende
|
|